Tempelneuzen

Nu het economisch gezien niet echt voor de wind gaat in de UK, dacht ik vorige week: snel nog even wat musea bezoeken nu ze nog gratis zijn! Mijn oog viel op The National Gallery, het Imperial War Museum en het British Museum.

Over the National Gallery kan ik slechts zeggen: ga erheen, want dit is echt de moeite waard. Een schitterende collectie van schilderijen. In het begin is het even doorzetten met die portretten en godsdienstige afbeeldingen van Spaanse en Italiaanse schilders. Daarna komt Rembrandt en Rubens in zicht en dan is het heerlijk uitlopen richting uitgang door de bossen van Turner, gevolgd door Van Gogh, Monet en Cézanne.

Het Imperial War Museum is wel aardig. De Holocaust tentoonstelling is indrukwekkend en daaromheen zijn allerlei zalen met duizend bommen en granaten. Bovenin is dan nog een hal met Britse helden, de Lord Ashcroft Gallery. Hier vind je verhalen over soldaten die doorzeefd met kogels en ontdaan van diverse ledematen toch nog te paard door de vijandelijke linies reden om hun nog zwaarder gewonde maatje op te halen en naar een veldhospitaal te brengen. Als dank kregen ze dan een speldje en een plaats in dit museum. Wat verder opvalt is dat de Tweede Wereldoorlog is gevoerd door kabouters. Ik zou niet weten wat ik moest doen als ik het bevel kreeg om een tank te besturen. Waarschijnlijk zou ik er met één knie in kunnen en dan met het andere been steppend ernaast de vijand tegemoet rijden. Maar om nu te zeggen dat dit een lekkere houding is om een tankslag in te gaan: nee, verre van dat. Hetzelfde geldt voor een Spitfire of Lancaster bommenwerper: alleen te besturen door Pinkeltje en zijn kornuiten. Nee, voor mij geen grappen meer over kleine mannetjes. Ik zal ze vanaf nu koesteren en af en toe een biertje geven!

Dan het British Museum. Om eens positief te beginnen: het museum is gehuisvest in een prachtig gebouw. Je komt via een soort voorportaal binnen en daarna loop je naar een gedeelte dat zeer fraai is overkoepeld. Wat mij betreft was dit het goede nieuws, want de tentoonstelling zelf is niet mijn kopje thee. Zaal na zaal werd ik lastig gevallen door Egyptenaren, Assyriers en Grieken die brokken steen te lijf waren gegaan met beitels. In zaal 23 (kan ook 24 zijn geweest) ben ik er bij gaan zitten om te kijken of een moment van contemplatie mij nog tot andere gedachten kon brengen. Om mij heen kijken zag ik de hele muur volhangen met stenen ornamenten van de Grieken. Eigelijk was het hier al duidelijk dat ze ooit eens een steunaanvraag zouden moeten doen bij de EU, want: waar haal je de tijd vandaan om dit allemaal te maken als je een land moet opbouwen? Zou er in die tijd nooit een man met een blonde toef in zijn haar uit de Senaat naar zo’n kunstemaker zijn gelopen en hem hebben gevraagd: zeg Stenehakkeros, allemaal leuk en aardig dat gedoe met die stenen, maar how about je handen eens laten wapperen bij de irrigatie der landbouwgronden?

Ontbrekende neuzenDaarnaast viel mij nog iets op: bijna geen enkel beeld van man of vrouw had nog een neus. Snel rondlopend in de andere zalen zag ik dat dit niet alleen in Griekenland het geval was, maar ook bij al die andere knakkers uit de Oudheid. Nu snap ik ook wel dat als zo’n tempel na een paar eeuwen van ellende in elkaar stort, de kans groot is dat er hier en daar een neus afbreekt. Maar zoveel? In mijn gedachten ging ik terug naar de lessen handenarbeid in de brugklas. De opdracht was destijds om een totem maken van een stuk hout. Na wekenlang beitelen, wilde ik op de inleverdatum nog even één van de neusgaten verfraaien met mijn kleine guts, met als gevolg dat die hele kokkerd eraf vloog. Het is dus een moeilijk orgaan om te maken en dan heb ik het ook nog eens over steen, wat me moeilijker materiaal lijkt dan hout. Stel nou dat zo’n Griekse beitelaar na een half jaar timmeren bijna zijn Zeustafereeltje af heeft. Nog even die laatste neus aftikken en dan lekker aan de mixed grill. Helaas geeft hij een tikkie teveel en die neus valt eraf. Dan is het toch heel menselijk dat hij dat reukorgaan er met wat spuug en klei of een paar druppels hars weer op zet? Dat ding hangt toch vrij hoog, dus wie ziet het? Nu hingen er in een beetje tempel zo ongeveer 10.000 neuzen, lijkt me zo. Stel dat 20% van die neuzen vastgeplakt was, dan viel er dus regelmatig zo’n gok naar beneden. De schoonmaker dacht: ja doei, ik veeg die boel lekker de tempel uit en snel doorredenerend kom ik dan tot de conclusie dat de helft van de grindpaden in Zuid-Europa en Noord-Afrika bestaat uit tempelneuzen.

Ik mag dan wel geen baan hebben op dit moment, maar ik krijg wel het idee dat ik keer op keer een substantiële bijdrage aan de oplossing van prangende vragen in diverse vakgebieden aandraag, waaronder dus ook de archeologie. Daarom zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet.

Share